Het Boek - Introductie
Bedrijfsbesturing bedrijfskundig technisch gezien door Ing. P.W. van Hulst.
Het boek is geen vlot leesbaar managementboek...
Nee, in het boek staat de harde werkelijkheid om met eenvoudige echte gegevens (stuurfactoren) een bedrijf
te handhaven (continueren). Daarnaast is het boek geschreven om de ervaringen en fouten van vele jaren door
te geven, hopende dat anderen met enige studie ervan kunnen leren.
Het boek bevat voor elke medewerker in een willekeurig midden- en kleinbedrijf iets van zijn gading. Het is
geen boek dat zie "even" laat lezen. Men kan het beste het boek al doorbladerend bekijken en voor zich de
keuze maken wat voor zijn of haar praktijk van toepassing kan zijn.
De volgende bschrijvinglicht enkele hoofdpunten toe:
De opzet van het boek is eigenlijk heel eenvoudig: de hoofdstukken van het eerste deel gaan zowel in taal als besturing uit van basisprincipes die
in het hedendaagse computertijdperk bijna niet meer terug te vinden zijn. De latere hoofdstukken beschrijven
de praktijkervaringen.
Na de inleiding start het boek met een deel bedrijfskunde. Het begint met een stel moeilijke maar nodige
definities om te weten waar we over praten. Het is om te proberen een eenheid van organisatie te
creëren met goede afspraken. Het bedrijfskundig gedeelte van het boek werkt eerst naar het
belangrijkste schema: het besturingsschema (p17,31). Dit schema laat zien welke stromingen er in een bedrijf
zijn en hoe die naar een speciaal ontworpen begrotingsbudget (p20,29,32,33) wijzen.
De nummers uit het begrotingsoverzicht, zijn ook in het budgetoverzicht terug te vinden. Deze nummers zijn
in principe de rekeningnummers van het algemeen gebruikte z.g. decimale administratie/boekhoudsysteem (p61).
Het besturingsbudget of begroting gaat niet alleen over geld, maar vooral over uren. Het belangrijkste zijn
de directe uren, dus de uren die direct voor uitwerking van orders besteed worden. Het bijzondere van het
toegepaste standaardbudget is dat het aantal in een organisatie beschikbare uren (de capaciteit) bepaald
wordt, dus alle uren waarvan de kosten verantwoord kunnen worden. Dat zijn aan de werkkant (de omzet) alle
directe uren en aan de kostenkant alle indirecte uren (inclusief de bedrijfsleiding).
De sturing van het bedrijf gebeurt door het instellen van het netto resultaat. Omzet en kosten zijn de
invoer. Aan de hand van de (eenvoudig geautomatiseerde) begroting kan het netto resultaat ingesteld worden.
In relatie met de continuïteit is het mogelijk te beslissen om het resultaat hoger of lager in te
stellen.
Het tweede deel van het boek geeft niet meer en niet minder de
verzamelde meest nodige basisafspraken in administratie, organisatie en techniek. Hier zijn in handboeken de
richtlijnen gegeven voor diverse onderwerpen. Vele onderwerpen kunnen dienen om een bedrijf in handen te
houden. Doordat de basis van veel van deze onderwerpen in de bedrijfskunde ligt komen er herhalingen voor
uit de eerste hoofdstukken. De handboeken zijn dan ook de toegepaste bedrijfskunde. Zowel in het handboek
'Organisatie' als in het handboek 'Techniek' komt de z.g. productindeling (p198,226) en het
stuklijstensysteem (p109,251) herhaald voor. Het is de basissturing voor resp. organisatie en techniek.
Het derde deel van het boek beschrijft de praktijk van
achtereenvolgens 7 bedrijven. Per bedrijf zijn de belangrijkste beschrijvingen 'het kenmerk' en 'de
conclusie', daar tussenin zijn diverse zeer interessante praktijkervaringen beschreven. De
bedrijfsbeschrijvingen eindigen met een epiloog.
